Klooster van Arkadi

Klooster van Arkadi
Op een kleine 45 min. afstand van Rethymnon[24 km.] ligt het klooster van Arkadi.
De weg loopt door een vruchtbaar gebied met fruit- en olijfbomen. Men passeert de dorpjes Pigi, Loutra, Kiriana en Amnatos. Het klooster ligt hoog en eenzaam in de bergen in de uitlopers van het Ida gebergte. Over het ontstaan bestaan 2 meningen:
– De wetenschap zegt dat het klooster is gesticht in de 5e eeuw na Christus door een byzantijnse veroveraar Arcadius. Er zijn inscripties in plaquettes gevonden die de naam en datum van de veroveraar dragen.
– De legende vertelt het volgende: in de 11e eeuw vond een schaapherder een Maria icoon onder een cypres, hoog en eenzaam in de bergen. Hij bracht deze icoon naar het dichtstbijzijnde klooster van de heilige Johannis. Enkele weken later vond de schaapherder dezelfde icoon op dezelfde plaats en bracht die weer naar het klooster. Een monnik genaamd Arcadis nam hem in ontvangst. De schaapherder vertelde hem , dat hij op dezelfde plaats 2 x de Maria icoon had gevonden. Arcadis vond dit een wonder en samen met enkele andere monniken bouwde hij een kapel onder de cipres. Zo ontstond het klooster , hoog en eenzaam in de bergen.
Arkadi is altijd het centrum van verzet geweest, vooral tijdens de Turkse periode. In 1866 speelde zich een enorme tragedie af. Zo’n 1500 revolutionairen hadden zich toen in het klooster verzameld. Voor het district Rethymnon was abt Gabriel Marinakis gekozen als voorzitter. Dit was in mei 1866. Toen de Turken van deze vergadering hoorden, stuurden ze een boodschap naar het klooster voor ontbinding van deze bijeenkomst, als ze daar geen gehoor aan zouden geven zouden ze het klooster vernietigen. Abt Gabriel gaf geen gehoor aan deze boodschap en in Juli trok de Turk Ismael Pascha met een leger naar Arkadi. De revolutionairen wisten net op tijd te vertrekken. Het enige wat de Turken konden doen was een gedeeltelijke vernietiging en plundering van het klooster. De revolutionairen keerden terug , maar de Turken stuurden dezelfde boodschap. Ook ditmaal negeert de Abt het bevel. Op dat ogenblik bevonden zich zo’n 600 vrouwen en kinderen en 325 mannen, waaronder slechts 259 gewapend , in het klooster. Het Turkse leger bestond uit 15.000 man en 30 kanonnen. Op 7 november 1866 stond het Turkse leger voor de poorten van Arkadi. Nog eenmaal gaf Pascha de Kretenzers de kans om zich over te geven, als antwoord werd er vanaf het klooster gevuurd. Toen begon de bestorming wat vanaf het begin al een ongelijke strijd was. De kretenzers wisten dat ze nooit meer levend uit Arkadi zouden komen, 15000 Turken met 30 kanonnen tegen 259 gewapende Kretenzers.
Vrouwen en kinderen hielpen in de strijd. De eerste dag werd Abt Gabriel al gedood. Op 8 november zag de strijd er hulpeloos uit en het zou niet lang meer duren voordat de Turken het klooster zouden bezetten. Op dat moment schreeuwde de held Konstantin Giaboudakis dat iedereen zich moest verzamelen in de munitie opslagkamer, tenminste iedereen die niet door Turkse handen gedood wilde worden. Niet veel later begaf de gebarricadeerde ingangspoort het en de Turken stormden het klooster binnen. Ze merkten al snel waar alle Kretenzers zich bevonden. Toen zij de deur van de munitie kamer begonnen te rammen , vuurde Giaboudakis op de munitie. Er volgde een enorme explosie alle Kretenzers en vele Turken werden gedood. In totaal verloren de Turken 1500 man.
36 Kretenzers hadden toevlucht genomen in de eetzaal. Algauw werden zij ontdekt en op wrede wijze om het leven gebracht. Alles wat de Turken verder tegen kwamen werd geplunderd en vernietigd.
Ze vonden ook het lichaam van abt Gabriel, ze onthoofden hem en droegen het hoofd omgekeerd op een zwaard door de stad Rethymnon. Daarmee wilden ze laten zien dat ze het klooster Arkadi overwonnen hadden. Behalve het hoofd van de abt namen de Turken ook de kloostervlag mee. De vlag stond voor vrijheid of dood. Bijzonder is dat er in 1870 een vergadering was van alle abten en bisschoppen van Kreta. Tijdens een pauze hoorde een Turk de naam van de nieuwe abt van Arkadi. Hij nodigde deze uit om bij hem thuis te komen, daar kreeg de nieuwe abt de vlag terug, die destijds door de Turken was meegenomen. Deze vlag is nog steeds te zien in het museum van het klooster. Naast nog vele waardevolle spullen, die de monniken hadden ingemetseld in de cel muren, voordat de Turken het klooster overwonnen.
Deze strijd, dit verzet van de Kretenzers, heeft bij vele mensen in Europa de ogen geopend voor de situatie op het eiland. Vooral het feit dat de Kretenzer zijn eigen leven offerde voor de vrijheid van het eiland. Er werden vele schilderijen van deze strijd gemaakt en vele boeken geschreven o.a. door de Franse schrijver Victor Hugo.
Het klooster heeft een rechthoekige ommuring, ziet er van de buitenkant er doods uit. Dat komt omdat alle gebouwen op het binnenhof zijn georiënteerd. Het tegenwoordige klooster stamt uit de 15e/16e eeuw. Door de poort ga je het klooster binnen. De originele poort uit de 17e eeuw werd in 1866 verwoest, daarna heeft men hem weer gerestaureerd. Het gebouw heeft twee hoofdingangen, een gastenverblijf een refter, een Kruithuis, cellen en een opslagruimte.
Op het binnenhof staat de kloosterkerk [1587]. In de voorgevel , die origineel is, zie je de schade van de kogels. De rest van de kerk is nieuw gebouwd aan het begin van deze eeuw. De kerk overheerst het geheel. Deze heeft een mooie renaissance façade, Gotische ramen en cellen. Het is een dubbele zijbeuk basiliek. In de Venetiaanse tijd was het een welvarend klooster. Kerkinterieur: het is een Byzantijnse kerk met slechts 2 vleugels. De linkerkant is gewijd aan Jezus Christus en de rechtervleugel aan Konstantijn en Helena. Het altaar dateert uit 1902, deze is gemaakt toen de kerk werd gerestaureerd. Achter in de kerk bevindt zich nog een origineel stuk, de rest is verwoest door de Turken.
De eetzaal, het refectorium, is in dezelfde staat gebleven als vroeger. Op 8 november hadden zich hier de 36 Kretenzers opgesloten. Nadat hun munitie was opgeraakt hebben de Turken deze mensen op beestachtige wijze vermoord. Op de tafels en de banken kan men nog de sabelsteken van de Turken zien. De deur van de eetzaal bevindt zich in het kleine museum en buiten op de parkeerplaats bevindt zich een monument waar de schedels van de 36 overledenen bewaard worden. Aan de schedels kun je zien dat ze enorm mishandeld zijn.
De keuken wordt nog gebruikt . Er leven nog monniken en zij koken hun potje hier.
Lopende langs de voormalige cellen van de monniken komen we bij de munitie opslagplaats. Deze is nog origineel.je kunt zien dat het dak eraf is geblazen door de enorme explosie van 1866. In de muur is een gedenkplaat ingemetseld met de volgende tekst:
DE VLAM DIE IN DEZE KRYPT BEGON TE BRANDEN EN DIE HET ROEMRIJKE KRETA VAN HET ENE EINDE TOT HET ANDERE VERLICHTTE, WAS EEN VLAM VAN GOD WAARIN DE KRETENZERS ZICH OPOFFERDEN VOOR DE VRIJHEID.
HET KLEINE MUSEUM: er hangt een kastje met een haarlok van een vrouw . dit is symbolisch het enige levende ding wat men na de strijd heeft teruggevonden. Hier bevinden zich ook de waardevolle spullen die de monniken hadden ingemetseld, bijbels en relikwieën. Er hangen kleden van de monniken, allen met de hand gemaakt. Een monnikenwerk dus. En natuurlijk de vlag. In 1920 heeft zij een onderscheiding gekregen nl. het oorlogskruis van de 2e klasse. In de kamer hiernaast zie je nog gedeeltes van het oude altaar. Ze zijn redelijk uit de strijd tevoorschijn gekomen. Verder veel portretten van Kretenzische verzetsstrijders.
Aan het einde van de kamer een overzicht van de strijd ook wel de Holocaust van Arkadi genoemd. De rode pijlen staan voor het leger van de Turken. De blauwen wijzen aan dat er Kretenzers geprobeerd hebben hulp te halen uit naburige dorpen. Daarna zijn ze teruggekeerd naar het klooster om verder te vechten, wetende dat ze nooit levend uit de strijd zouden komen.
Links het portret van Giaboudakis en rechts van abt Gabriel.